Brouwerswoning Brosens
De brouwerswoning aan de Vrijheid 110 te Hoogstraten gaat in kern terug tot een 17de-eeuws dubbelhuis, opgericht ter plaatse van de vroegere herberg “De Fortuyn” uit 1675. In het laatste kwart van de 19de eeuw werd het pand grondig verbouwd, aangepast en verfraaid in opdracht van het brouwersgeslacht Brosens. De bestaande gevelordonnantie en architecturale uitwerking zijn het resultaat van de verbouwingscampagne van 1883 naar ontwerp van P.J. Taeymans, provinciaal bouwmeester. Deze ingreep transformeerde het oudere volume tot een voornaam herenhuis in neoclassicistische stijl, beeldbepalend voor de Vrijheid als hoofdstraat van Hoogstraten. De brouwerswoning vormt daarbij het representatieve voorhuis van de achterliggende brouwerijsite, toegankelijk via de poortdoorgang, en bleef als directeurswoning nauw verbonden met de activiteiten van de familie Brosens.
De voorgevel is uitgevoerd als bepleisterde en beschilderde lijstgevel met uitgewerkt bossage- en paneelwerk, natuurstenen plint en balkon. De schadediagnose toont vervuiling, afbladderende verflagen, scheurvorming in pleisterwerk en aansluitingen, plaatselijke loskoming van pleisterlagen en vochtinfiltratie boven onvoldoende afwaterende lijsten en dorpels. Het balkon vertoont breuken in natuurstenen elementen en eerdere, technisch onvoldoende herstellingen. De restauratie voorziet in een zachte reiniging van de gevelvlakken, het plaatselijk consolideren en herstellen van pleisterwerk met behoud van profileringen, en het hernemen van de schilderafwerking op basis van historisch kleuronderzoek. Natuurstenen elementen, waaronder het balkon, worden gedemonteerd waar nodig, structureel hersteld en opnieuw verankerd met corrosiebestendige bevestigingen.
Het houten buitenschrijnwerk, grotendeels daterend uit de verbouwing van 1883, vertoont verschraalde en afbladderende verf, verweerd hout, plaatselijke inrotting van stijlen en dorpels, beschadigde of uitgeschoven beglazing en weggevallen stopverf. Houten rolluiken en rolluikkasten met lambrekijnen in geperst blik zijn vervuild, plaatselijk aangetast of vervormd; sommige rolluiken functioneren niet meer. Vanuit de projectdoelstelling om het historisch gevelbeeld te herstellen én de energieprestatie te verbeteren, wordt het grootste deel van het schrijnwerk niet plaatselijk gerestaureerd maar vervangen door een getrouwe reconstructie naar het oorspronkelijke 19de-eeuwse model. In deze reconstructies wordt dubbele beglazing geïntegreerd, waardevolle onderdelen of historisch beslag worden gerecupereerd. De ingreep combineert zo het herstel van het gevelbeeld met een verhoogd thermisch en akoestisch comfort.
De hellende daken zijn grotendeels bedekt met asbesthoudende vezelcementleien. Na het isoleren van de daken vervangen gesmoorde dakpannen de asbesthoudende leien. De houten kap wordt plaatselijk hersteld, met vervanging of versterking van aangetaste muurplaten en balkkoppen en het aanbrengen van bijkomende trekkers waar nodig voor structurele stabiliteit.
Het stabiliteitstechnisch vooronderzoek wijst op differentiële zettingen tussen de verschillende bouwfasen, zichtbaar in scheurvorming ter hoogte van de voormalige 17de-eeuwse achtergevellijn, en op ondiepe of ontoereikende funderingsaanzetten bij de laatste bouwfase. Deze problematiek hangt samen met scheuren in opgaand metselwerk en plaatselijke spanningsconcentraties.
De remediëring voorziet in een gerichte funderingsverbetering. Waar noodzakelijk worden funderingen ondervangen of versterkt om verdere zettingen te beperken. Scheuren in het opgaand metselwerk worden na stabilisatie structureel hersteld via aangepaste hersteltechnieken. De ingrepen zijn erop gericht de globale stabiliteit van het gebouw te waarborgen en de buitenschil duurzaam te consolideren, met respect voor de historische opbouw en materialiteit van de brouwerswoning.
Met de uitvoering van de gevelrenovatie, de structurele ingrepen aan daken en funderingen en de doordachte bestrijding van de zwamaantasting wordt de buitenschil van de brouwerswoning duurzaam gestabiliseerd en hersteld. De oorzaken van vocht- en schadeproblematieken zijn aangepakt en de monumentale gevelarchitectuur is opnieuw technisch verankerd. Daarmee is het gebouw voorbereid op de volgende fase: de zorgvuldige restauratie van het historisch waardevolle interieur en de verdere uitwerking van een passende herbestemming, met respect voor de erfgoedwaarden en de ruimtelijke kwaliteiten van het geheel.
Copyright foto's: Patine Architecten


