Omschrijving: 
Restauratie van gevels, daken en terrassen
Opdrachtgever: 
VME Elsdonck 1 en 2
Status: 
Oplevering 2025
In samenwerking met: 
Triconsult
Projectarchitect: 
Anne Gorlé
Bart Van Moorhem
Ligging: 
Wilrijk, Antwerpen

Residentie Elsdonck

Residentie Elsdonck, ontworpen door Léon Stynen in 1933 en gerealiseerd in 1934 langs de Prins Boudewijnlaan in Wilrijk, geldt als een sleutelproject binnen het Belgische modernisme. Het vrijstaande volume werd ingeplant in een open en groene context en opgevat als een luxueus appartementsgebouw waarin licht, lucht en bezonning centraal staan. De architectuur wordt gekenmerkt door een uitgesproken horizontaliteit, een ritmiek van balkons en terrassen en een verfijnde integratie van keramische elementen en cordons. Zichtbaar baksteenmetselwerk, genuanceerd kleurgebruik en precieze detaillering verlenen het gebouw een sterke architecturale identiteit. Het geheel functioneert als een samenhangend woonconcept waarin private appartementen, gemeenschappelijke circulatie en commerciële functies op het gelijkvloers één geïntegreerd systeem vormen, met nadruk op comfort, privacy en woonkwaliteit .

De huidige gevelrestauratie vertrok vanuit een grondige diagnose van de buitenschil. Daarbij bleek dat een aanzienlijk deel van de schade niet enkel het gevolg is van ouderdom, maar ook van technische keuzes tijdens de restauratiecampagne van 1996. Vooral de balkons, borstweringen en hun aansluitingen met gevelparement en keramische elementen vormden probleemzones.

Tijdens de werken van 1996 werd de oorspronkelijke meerkleurige balkonvloer vervangen door een nieuwe opbouw die technisch tekortschiet en afbreuk doet aan het polychrome ontwerp van Stynen. Deze vloeropbouw werd volledig verwijderd. De betonnen draagstructuur werd vrijgelegd en plaatselijk hersteld, waarna een nieuw waterdichtingssysteem met correcte hellingen en afvoerpunten werd aangebracht. De aansluitingen met gevels, opstanden en borstweringen werden technisch herwerkt om waterinfiltratie structureel te voorkomen.

Ook de metalen borstweringen vertoonden roestvorming en verlies van beschermende verflagen, mede door gebrekkige aansluitingen uit 1996. Ze werden gedemonteerd, ontroest, hersteld en opnieuw beschermd. Aangetaste verankeringen werden aangepakt en bij herplaatsing werd bijzondere aandacht besteed aan de aansluiting op de vernieuwde waterdichting. Tegelijk werd een uitbreiding voorzien zodat de borstweringen voldoen aan de actuele normen.

Het baksteenmetselwerk droeg eveneens sporen van de eerdere restauratie. Een te intensieve reiniging had plaatselijk geleid tot degradatie van het oppervlak en verhoogde gevoeligheid voor vocht en vervuiling. Daarnaast werden destijds bakstenen vervangen door niet volledig passende exemplaren. In de huidige aanpak werd zeer terughoudend omgegaan met vervanging. De gevels werden uitsluitend zacht gereinigd met methodes die het baksteenoppervlak niet verder aantasten. Een vervangsteen voor de veelkleurige gevelstenen werd in Nederland gevonden. Om de nieuwe gevelstenen te integreren in het historische, gepatineerde baksteenparement werd elke nieuwe steen licht bijgekleurd zodat de klemtoon opnieuw op het ontwerp van Stynen ligt.

De keramische cordons boven de ramen van de zuid- en westgevel vertoonden onherstelbare schade, deels door eerdere onoordeelkundige vervangingen. Aangezien deze elementen essentieel zijn voor het horizontale gevelritme, werden zij waar mogelijk gedemonteerd en herplaatst. Indien behoud niet haalbaar bleek, werden ze vervangen door zorgvuldig gereproduceerde stukken met identieke vorm, kleur en glansgraad.

Tot slot werd het oorspronkelijke buitenschrijnwerk van de gemeenschappelijke traphallen in moulmein teak gerestaureerd. Ondanks het duurzame karakter van de houtsoort waren de beschermlagen verschraald, met lokale verwering en lichte vervormingen tot gevolg. De restauratie vertrok vanuit maximaal behoud: plaatselijke houtinlagingen in dezelfde houtsoort, herstel van profileringen en vervanging enkel waar technisch noodzakelijk. De uitbuikende dubbelhoge raampartijen werden herpositioneerd, het schrijnwerk kreeg een aangepaste beschermende afwerking en het historisch beslag werd gereinigd en hersteld.

De ingrepen vormen samen een coherente en technisch onderbouwde restauratiestrategie. Door de oorzaken van schade structureel aan te pakken en tegelijk het materiaalgebruik, de detaillering en het gevelbeeld af te stemmen op het oorspronkelijke ontwerp, werd zowel de architecturale integriteit als de duurzame instandhouding van Residentie Elsdonck verzekerd.

Copyright: Lucid en Patine Architecten