Roofvogelvolière, Zoo van Antwerpen
De monumentale roofvogelvolière van ZOO Antwerpen behoort, samen met de Egyptische tempel, tot de oudste constructies van het dierenpark. Het gebouw werd in 1855–1856 ontworpen door Charles Servais, huisarchitect van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen, en weerspiegelt de 19de-eeuwse visie op het houden en tonen van roofvogels. De neoclassicistische galerij met U-vormige plattegrond en fijn uitgewerkte metalen kooien is een zeldzaam bewaard voorbeeld van transparante dierenverblijven uit die periode.
De volière was opgebouwd uit een traditioneel geklonken staalconstructie, uitgevoerd in het toen innovatieve Bessemerstaal. Dit procedé maakte uiterst slanke tralies mogelijk en verleende het geheel een bijzonder licht en elegant karakter. Door de broze aard van het materiaal en latere ingrepen – waaronder een versterking rond 1900, toegeschreven aan Emile Thielens – ging een deel van die verfijning verloren. Vanaf de tweede helft van de 20ste eeuw, met de verschuiving naar landschappelijk ingerichte verblijven, verloor de volière haar functie. In 1968 verhuisden de roofvogels naar het Jubileumcomplex en volgden jaren van leegstand en verval.
In het kader van een nieuw masterplan voor de ZOO werd beslist het gebouw in 2013 zorgvuldig te ontmantelen en te reconstrueren op een nieuwe locatie aan de rand van het park. Deze verplaatsing bood de mogelijkheid om het erfgoed te behouden én een nieuwe bestemming te geven. De noordelijke vleugel, die in de loop van de 20ste eeuw was verdwenen, werd opnieuw opgebouwd om de oorspronkelijke symmetrie te herstellen. Papegaaien – ara’s en kaketoes – bleken de meest geschikte nieuwe bewoners.
Uit voorafgaand bouwhistorisch en technisch onderzoek bleek dat het oorspronkelijke kooiwerk door zware corrosie en vervorming niet kon worden hergebruikt. De metalen constructie werd daarom volledig gereconstrueerd, met respect voor het oorspronkelijke ontwerp uit 1856. De nieuwe kooien zijn uitgevoerd in gemetalliseerd profielstaal met afgeronde doorsneden en traditioneel geklonken verbindingen, aangepast aan hedendaagse zoologische normen en regelgeving.
De reconstructie van de roofvogelvolière is het resultaat van een geïntegreerde aanpak waarin erfgoedzorg, architectuur, dierwelzijn en ruimtelijke planning zorgvuldig op elkaar zijn afgestemd. Patine Architecten werkte mee aan deze waardevolle herbestemming, waarin historische authenticiteit en hedendaags gebruik samenkomen binnen een duurzame langetermijnvisie voor het dierenpark.
Copyright foto's: Johnny Umans




